Altijd ver weg?
Altijd ver weg? De moeizame relatie tussen burgers en de Europese Unie
Chris Aalberts (redactie)
AMB Diemen 2008
(ISBN 97890-79700-02-8, 175 pp., paperback, € 19.50)
—¶
Iedere dag komen Nederlandse burgers in aanraking met Europees beleid of de gevolgen daarvan, maar er lijkt geen direct verband te bestaan tussen het belang of de betekenis van de EU en de interesse die de Unie bij burgers opwekt. Europa mag dan belangrijk en relevant zijn, toch lijken burgers zich er nauwelijks mee bezig te houden, zich er niet voor te interesseren, het niet als belangrijk te ervaren: Terwijl de Europese Unie alleen goed kan werken als er veel mensen zijn die het beleid uit 'Brussel' kritisch volgen. Een noodzakelijke voorwaarde hiervoor is een goede communicatie over en weer, commentaar van geïnformeerde burgers, een luisterend oor bij de Europese Commissie, een alerte en transparante informatieoverdracht.
In deze studie is nagegaan hoe de relatie tussen burgers en de EU eruit ziet bij groepen burgers waarvan verwacht kan worden dat zij de EU op de voet volgen,zoals lokale politici, Europeanen en de zgn. 'andersglobalisten'. Daarnaast werden mensen gehoord die uit hoofde van hun beroep Europa aan burgers communiceren, zoals leden van Europese organisaties, parlementaire journalisten, Europarlementariërs en docenten op middelbare scholen.
Een voorzichtige conclusie is dat er nog een wereld te winnen is: Europa lijkt voor velen nog erg ver weg.
-
Chris Aalberts (www.chrisaalberts.nl) is onderzoeker op het gebied van politieke participatie en politieke communicatie. Hij promoveerde op een onderzoek naar hoe jongeren tegen politiek aankijken en hoe politiek voor hen aantrekkelijker kan worden gemaakt door popularisering. Hij werkt aan de Haagse Hogeschool en de Erasmus Universiteit Rotterdam.
—¶
Inhoudsopgave
* Voorwoord
* Inleiding: Europese burgers zonder informatie
Chris Aalberts
* Burgers: nooit lang nadenken over Europa
Chris Aalberts
* Lokale politici: geld en bemoeizucht uit het verre Brussel
Wendy Remmerswaal
* Europeanen: vol van Europa, maar niet van de EU
Lindemarie Sneep
* Andersglobalisten: begin bij jezelf, niet bij Europa
Chris Aalberts
* Europese organisaties: voorlichting in stilte
Chris Aalberts
* Journalisten: geen interesse op de redactie
Marcia Ottevanger & Bibi van den Dijck
* Politici: ophouden met dat institutionele gezeur
Hanna Gillissen & Jolanda van Drie
* Docenten: waar zijn de Europese eindtermen?
Hanneke van Hoof
* Conclusie: belangrijk, maar toch niet relevant
Chris Aalberts
Bijlage: Instellingen van de EU
Noten
Literatuurlijst
—¶
Voorwoord
Iedere dag komen Nederlandse burgers in aanraking met Europees beleid of de gevolgen daarvan. De handel tussen Europese landen is groter dan ooit tevoren door de interne markt: grote aantallen producten die Nederlanders dagelijks gebruiken, komen van elders, zonder dat burgers er erg in hebben. De EU heeft gezorgd voor één munt, waar niet alleen Nederlanders, maar ook Slovenen, Duitsers en Italianen mee betalen, samen met nog veel andere Europeanen. Het is makkelijker dan ooit om in Europa op vakantie te gaan, om grenzen zonder paspoortcontrole te passeren, om in het buitenland te pinnen en kortere of langere tijd in het buitenland te gaan wonen, werken of studeren. Door het gemeenschappelijke landbouwbeleid lijkt hongersnood in Europa tot het verleden te behoren. Door Europa is oorlog ondenkbaar geworden en is er meer welvaart dan ooit. Europa kan bovendien in de toekomst een belangrijke rol gaan spelen bij de oplossing van het klimaatprobleem en speelt al een rol bij de bestrijding van internationaal terrorisme. Het lijkt een open deur om te stellen dat Europa een zeer belangrijke rol speelt in het leven van Nederlandse burgers en dat in de nabije toekomst zal blijven doen.
Maar misschien is dit geen open deur. Vaak lijkt er geen direct verband te bestaan tussen het belang of de betekenis van de EU, en de interesse die de Unie bij burgers opwekt. Europa mag dan belangrijk en relevant zijn, toch lijken burgers zich er nauwelijks mee bezig te houden, zich er niet voor te interesseren en het niet als belangrijk te ervaren. Europa is ver van hun dagelijks leven verwijderd. Dit boek is geschreven vanuit het idee dat deze onverschilligheid niet vanzelfsprekend is. Veel mensen plukken de voordelen van Europa, en om van die voordelen te blijven genieten, is interesse van burgers voor de EU nodig: zij zullen zich op de een of andere manier met Europa bezig moeten houden, om te zien of het goed gaat met Europa, en zo niet, of zij als burger eraan kunnen bijdragen dit te verbeteren. Europa is niet meer weg te denken en dus zullen burgers zich met de EU moeten bezighouden, of ze willen of niet. Burgers hoeven geen fanatieke voorstanders van de EU te zijn, maar meer interesse dan er op dit moment is, lijkt toch wenselijk.
Ik ben aan dit boek begonnen omdat die desinteresse van burgers ten opzichte van de EU een probleem vormt, als Europa werkelijk zo belangrijk is. Dit betekent niet dat ik een fanatieke voorstander ben van de EU, of de Europese actualiteit op de voet volg. In die zin ben ik een voorbeeld van een typische burger voor wie Europa lange tijd niet leefde. Ook de studenten die aan dit boek mee hebben geholpen, heb ik lang niet allemaal kunnen betrappen op een enorme interesse voor Europa. Ook zij zijn geen actieve deelnemers aan discussies over Europees beleid, geen lid van de Europese Beweging (ik inmiddels wel) en geen actieve consument van Europees nieuws. Toch bleek Europa bij nadere beschouwing voor ons veel belangrijker en interessanter te zijn dan we aanvankelijk hadden gedacht.
Ik hoop dat lezers van dit boek deze ervaring met ons zullen delen en dat in de toekomst meer burgers zullen ervaren dat Europa niet alleen belangrijk en relevant is, maar ook boeiend.
Dit onderzoek was niet mogelijk geweest zonder de medewerking van verschillende mensen. Dank aan alle burgers, politici, journalisten, docenten en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties die de tijd hebben genomen om met ons te spreken over hun Europa. Zij worden in dit boek alleen anoniem opgevoerd, omdat de overeenkomsten tussen de afzonderlijke respondenten belangrijker zijn dan hun verschillen. Dit laat onverlet dat het de individuele respondenten waren die ons dikwijls hebben aangezet tot nieuwe ideeën, waardoor de analyses vorm kregen. Het onderzoek was evenmin mogelijk geweest zonder de medewerking van studenten van de Haagse Hogeschool en de Erasmus Universiteit Rotterdam, die hun scripties hebben geschreven in het kader van dit project: Hanneke van Hoof, Marcia Ottevanger, Bibi van den Dijck, Hanna Gillissen, Jolanda van Drie, Wendy Remmerswaal en Lindemarie Sneep.
Mijn deel van dit onderzoek is mogelijk gemaakt door de ruimhartige opstelling van Ineke van der Meule van de Haagse Hogeschool. Tevens dank ik iedereen die (delen van) het manuscript van commentaar heeft voorzien: Tamara Witschge, Ben Hoetjes, Margriet Kriijtenburg, Marlies Bos-Buurman, Linda Duits, Hetty van Kempen, Maurits Kreijveld, Hanneke van Hoof, Ben van den Camp en Susanne Onel. In het bijzonder dank ik Anja Riebell, niet alleen voor haar meer dan grondige commentaren op de hoofdstukken, maar ook voor onze discussies over Europese kwesties die altijd een waar genoegen zijn. Als meer Nederlanders zulke vrienden zouden hebben, zou niemand zich meer afvragen of Europa wel interessant of relevant is.
Chris Aalberts
april 2008