QUICK SEARCH
Zoekterm(en)

Zoeken
(Artikelnr: 79700-72)
UITVERKOCHT

Trouwen met een vreemdeling. Afstand en nabijheid in de relaties van ‘Turken’ en ‘Marokkanen’ in een gemengd huwelijk

 Leen Sterckx
 
AMB Diemen 2014
(isbn 97890 79700 72 1, 244 pp., paperback, € 21,50)
--
 
Wat hebben de partnerkeuze van Turkse en Marokkaanse jongvolwassenen die buiten de eigen kring trouwen met elkaar gemeen en waarin verschillen ze van Turkse en Marokkaanse jongvolwassenen die hun partner binnen de eigen gelederen zoeken? Dat is de centrale vraag die Leen Sterckx zich in deze studie stelt. Door het omdraaien van vier stellingen die het trouwen binnen eigen kring lijken te verklaren construeert Sterckx vier hypotheses waarvan ze één voor één nagaat of die van toepassing zijn op het buiten de eigen groep trouwen en het blijven voortduren van zo’n relatie.
 
Haar conclusie is: gemengde huwelijken komen tot stand en blijven bestaan wanneer de partners erin slagen zichzelf, elkaar en hun omgeving ervan te overtuigen dat er voldoende gemeenschappelijkheid is voor een succesvolle huwelijksrelatie, ondanks alle verschillen, ondanks de soms heftige reacties van de sociale omgeving. Daarbij benutten de gemengde paren alle aspecten van sociale identiteit om overeenkomsten op te zoeken of te bewerkstelligen en verschillen mee te compenseren.
 
Op basis van deze uitkomsten van haar onderzoek doet Sterckx ook uitspraken over de veel gehoorde vervolgvraag of gemengde relaties motor of maatstaf voor culturele integratie zouden zijn. Geen van beide, concludeert ze.
 
Leen Sterckx studeerde Sociologie in Leuven en Europese Arbeidswetenschappen in Louvain-la-Neuve en aan het ISCTE in Lissabon. Ze was eerder verbonden aan het SISWO Social Policy Research en aan Universiteit van Amsterdam en het Sociaal-Cultureel Planbureau.
------
 
Inhoudsopgave
 
 
Hoofdstuk 1: De politiek van partnerkeuze
1.1 Polemiek rond partnerkeuze   
1.2 Met wie trouwen jongeren van Turkse en Marokkaanse herkomst?         
1.3 Hypotheses rond het gemengde huwelijk     
1.4 Materiaal en methoden 
1.5 Leeswijzer        
 
Hoofdstuk 2: Dimensies van verschil
2.1 Inleiding: gemengde huwelijken als gevolg van het overwinnen van verschil    
2.2 Hoe verschillend zijn de partners?    
2.3 Gelijkmaken     
2.4 Trouwen met een man uit Turkije of Marokko        
2.5 Conclusie
 
Hoofdstuk 3: De grenzen van het toeval
3.1 Inleiding: gemengde huwelijken een sentimentelere, spontanere en informelere partnerkeuze?      
3.2 Het wensenlijstje        
3.3 Niet vormvast   
3.4 Zelf gearrangeerd       
3.5 Conclusie
 
Hoofdstuk 4: Niet het ideale plaatje
4.1 Familiebelangen bij partnerkeuze     
4.2 De reactie van Turkse en Marokkaanse ouders: niet het ideale plaatje   
4.3 Familiekapitaal in de waagschaal      
4.4 Wat zullen de mensen zeggen?
4.5 Altijd conflict? Alternatieve reacties van Turkse en Marokkaanse ouders 
4.6 De reacties van ‘de andere kant’      
4.7 Conclusie

Hoofdstuk 5: Touwtrekken om de liefde
5.1 De uitwerking van de familie-emancipatiehypothese: strijd tussen ouders en  kinderen 
5.2 Ruimte in de luwte      
5.3 Uit de schaduw treden 
5.4 Emotionele en morele afstand 
5.5 Alleenstaande moeders
5.6 De gemiste bruiloft      
5.7 Nooit afgelopen 
5.8 Conclusie
 
Hoofdstuk 6: Wegen naar emancipatie
6.1 De steun van vrienden 
6.2 Vriendengroepen als huwelijksmarkt 
6.3 Over afgunst: reacties van gelijken   
6.4. Sleeping with the enemy       
6.5 Conclusie
 
Hoofdstuk 7: Afstand en nabijheid in de relaties van ‘Turken’ en ‘Marokkanen’ in een gemengd huwelijk. Samenvatting, conclusies en discussie
7.1 De voorwaarden voor het ontstaan en voortbestaan van gemengde huwelijken
van Turken en Marokkanen
7.2 Een gemengd huwelijk ‘zo gewoon mogelijk’ maken
7.3 Bewegingen op de huwelijksmarkt    
7.4 Afstand tot de besloten wereld
7.5 Discussie: de islam als motor van de modernisering van gezinsvorming 
7.6 Tot slot: afstand, nabijheid en sociale mobiliteit     
 
Bibliografie   
--------------

Uit het boek:
“( … )
Partnerkeuze als indicator van integratie
 
Met wie trouwen de jonge, in Nederland opgegroeide Turkse en Marokkaanse Neder-landers? Met argusogen volgen beleidmakers, wetenschappers en journalisten de part-nerkeuze van de nakomelingen van migranten uit Turkije en Marokko. Hooghiemstra (2000; 2003) heeft laten zien dat omstreeks 2000 – tegen de verwachting in – nog steeds een meerderheid van de in Nederland opgegroeide jongeren van Turkse en Marokkaanse origine, een huwelijkspartner uit het land van herkomst liet overkomen. De overheid, belangenorganisaties van immigranten en de media noemden dit een onwenselijke ontwikkeling: “Als soep koken terwijl er steeds koud water in de pot wordt gegooid”, zoals Ahmed Aboutaleb, toenmalig directeur van Forum het verwoordde (Handelingen Tweede Kamer 2004: 41). Gezinsvormende migratie wordt verondersteld te bestaan uit jongeren die de slechte levensomstandigheden en geringe arbeidsmarktkansen van hun land van herkomst ontvluchten. Deze jongeren zouden niet goed toegerust zijn voor de Nederlandse arbeidsmarkt, met een grotere kans op werkloosheid en uitkeringsafhankelijkheid als gevolg (vgl. Heyse et al. 2007; Sterckx et al. 2014). Bovendien betekent de huwelijksmigratie een rem op de integratie van de reeds gevestigde migranten, daar hun gelederen worden aangevuld met mensen die het hele inburgeringstraject van voor af aan moeten beginnen. Een nieuwe generatie kinderen groeit op in een gezin waar geen of gebrekkig Nederlands wordt gesproken.
Na het verschijnen van Hooghiemstra’s dissertatie (2003) kwam er een debat op gang over de partnervoorkeuren van Nederlanders van Turkse en Marokkaanse herkomst (Sterckx 2007). De partnerkeuze van Turkse en Marokkaanse Nederlanders wordt gezien als een maatstaf van hun integratie in de Nederlandse samenleving. De verwachting was dat de kinderen van migranten vaker dan hun ouders zouden huwen met ingezetenen, als gevolg van een kleiner wordende culturele en sociale afstand tussen bevolkingsgroepen (Scheffer 2007; Storms en Bartels 2008). Die verwachting is niet uitgekomen: de tweede generatie huwt nauwelijks méér buiten de eigen etnische groep dan de eerste generatie. De tussengeneratie, die slechts een gedeelte van hun jeugd in Nederland doorbrachten, trouwt zelfs aanzienlijk minder vaak met autochtone Nederlanders dan de voormalige gastarbeiders deden (Hooghiemstra 2003). Turkse en Marokkaanse Nederlanders hebben bovendien gedeeltelijk een voorkeur voor ‘onbedorven’, ‘niet-vernederlandste’ partners uit het land van herkomst (Hooghiemstra 2003).
Door het debat ontstond er ruimte voor beleidsmaatregelen die gezinsvormende mi-gratie inperken. De eisen voor het laten overkomen van een partner uit het buitenland werden vanaf 2004 stelselmatig opgeschroefd (Bonjour 2007; Leerkes en Kulu-Glasgow 2009; Strik et al. 2013). In 2005 berichtten de media over een scherpe daling van het aantal migratiehuwelijken, hoewel het op dat moment nog moeilijk was een oordeel te vellen over de duurzaamheid van de daling en de precieze rol die de verscherpte wetgeving daarin speelde. Partnerkeuzevormen die ‘typisch’ worden geacht voor Turken en Marokkanen (en andere islamitische groepen), zoals neef-nichthuwelijken en gedwongen huwelijken, werden steeds meer onderwerp van debat en dat leidde tot wetsvoorstellen om deze praktijken te ontmoedigen of te verbieden. Een voorbeeld is de oproep in 2009 tot een verbod op neef-nichthuwelijken door de toenmalig Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher, met een beroep op de ‘verhoogde kans op erfelijke aandoeningen en zuigelingensterfte’ die te nauwe verwantschap tussen ouders teweegbrengt. Medische wetenschappers relativeerden in de media het verhoogde risico van consanguïniteit en stelden dat de wethouder een oneigenlijk argument gebruikte om specifieke etnische groepen te bekritiseren: “Ouders die niet verwant zijn, hebben een kans van 2% op een kind met een erfelijke aandoening. Bij verwante paren is die kans ongeveer 4%: dubbel zo groot, maar nog steeds gering. Dit verhoogde risico is vergelijkbaar met het risico dat ‘oudere moeders’ lopen op een kind met een aangeboren afwijking en ouders die gebruikmaken van IVF, zoals onlangs is gebleken. Terwijl echter oudere aanstaande moeders uitgebreid worden geïnformeerd, screeningprogramma's krijgen aangeboden en zelf mogen beslissen wat ze doen, dreigt voor neven en nichten een huwelijksverbod. Voor de ene groep zijn we heel zorgvuldig, voor de andere niet.” (Anne Marie Plass, VUmc nieuws 04-06-2009). In de beeldvorming worden importhuwelijken, neef-nichthuwelijken en gedwongen huwelijken op één hoop geveegd met islam, gebrekkige integratie, traditionalisme, vrouwenonderdrukking, eerwraak en huiselijk geweld. Ondanks een karrenvracht aan nuancerende onderzoeken blijft dit beeld de bron van beleidsmaatregelen om huwelijksmigratie aan banden te leggen (o.a. Block 2011; Bonjour en de Hart 2013).
Het gemengde huwelijk wordt van de weeromstuit steeds vaker genoemd als teken van assimilatie en vooral voor de allochtone jongeren als nastrevenswaardig ideaal. Die positieve aanspraak staat in schril contrast tot de doorgaans negatieve connotaties die aan het begrip ‘gemengd huwelijk’ worden verbonden (Hondius 2001; Schrover 2011), iets dat door degenen die het gemengde huwelijk tot ideaal verheffen over het hoofd wordt gezien. In hun visie betekent exogamie voor de allochtone partner een stap in de goede – meer geassimileerde – richting.
Het bestaande onderzoek (in binnen- en buitenland) naar het huwelijksgedrag van migranten richt zich op wanneer en waarom migranten en hun nakomelingen binnen de eigen groep trouwen. In mijn onderzoek draai ik dit uitgangspunt om. Ik vraag mij af waarom en onder welke voorwaarden Turkse en Marokkaanse Nederlanders buiten de eigen groep trouwen. Er is uitvoerig onderzoek verricht naar het feit dat de grote meerderheid van migranten van Turkse en Marokkaanse origine en hun nakomelingen trouwt binnen de eigen kring (Yerden 2000; Hooghiemstra 2003; Sterckx en Bouw 2005; Storms en Bartels 2005; de Valk 2006; Huschek 2011). Ik richt mij in dit onderzoek op degenen die het patroon doorbreken. Wie zijn deze uitzonderingen en welke factoren beïnvloeden deze ‘uitzonderlijke’ keuze? Door het onderzoeken van uitzonderingen komen we meer te weten over (impliciete) vooronderstellingen ten aanzien van huwelijksgedrag en het verband met integratie.
(…) “
Informatie:
ISBN
: 9789079700721
Auteur
: Sterckx
Uitgever
: AMB
Bijlagen:
Prijsinformatie:
Prijs per stuk:
€ 21,50
Aantal: Bestellen

Standaard levertijd

drie werkdagen

Relevante producten
Reviews Review toevoegen

Deze review wordt niet direct geplaatst omdat deze eerst moet worden goedgekeurd door een beheerder. Wanneer deze review goedgekeurd is zal hij verschijnen op deze pagina.

Geen reviews gevonden.

 
 
 
Uitgeverij AMB  
Karwijzaaderf 15
1112 JN Diemen
postadres
Postbus 7
1110 AA Diemen


info.amb@xs4all.nl

AMB Publishers 
Karwijzaaderf 15
1112 JN Diemen

postal address
 PO Box 7
  1110 AA Diemen
  The Netherlands

 info.amb@xs4all.nl


 
 
 
 
Deze website gebruikt cookies om het bezoek te meten, we slaan geen persoonlijke gegevens op.