QUICK SEARCH
Zoekterm(en)

Zoeken
(Artikelnr: 79700-17)

Een muur van rubber
De WOB in de journalistieke praktijk

Margo Smit (redactie)
 
AMB Diemen 2009
(isbn 97890 79700 17 2, 72 pp., paperback, € 17,50)
 
----
“( …)
Artikel 2.
1. Een bestuursorgaan verstrekt bij de uitvoering van zijn taak (..) informatie (..) en gaat daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie.
(…)
Artikel 3
1. Een ieder kan een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan.
(...)
5. Een verzoek om informatie wordt ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in de Artikelen 10 en 11.
(…)”
 
Het staat er zo mooi in de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Maar wie denkt dat bestuursorganen die openbaarheid daarom actief zullen nastreven heeft vast nog nooit een beroep op de WOB gedaan. Het uitgangspunt dat informatie openbaar gemaakt wordt lijkt in de loop der jaren opgeschoven naar het adagium ‘openbaar maken als het echt niet anders kan’. Tussen verzoek en openbaarheid is een muur van rubber gerezen. Dat is in elk geval het gevoel dat leeft onder journalisten die gebruikmaken van het in de wet vastgelegde recht op informatie.
De Nederlands-Vlaamse Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) maakte een rondgang langs collega’s en specialisten op zoek naar ervaringen, mooie vangsten, afwijzingen, successen, teleurstellingen en hun analyse om zo de discussie over de WOB een nieuwe impuls te geven. Dit boek is daar de weerslag van.
 
Margo Smit is onafhankelijk (onderzoeks)journalist en (parttime) directeur van de Nederlands-Vlaamse Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ). Ze werkte lange tijd als programmamaker voor diverse tv-programma’s, zoals ‘Reporter’, ‘Profiel’, ‘TweeVandaag’. Ze is tevens als docent tv-journalistiek verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en als gastdocent journalistiek aan de Katholieke Hogeschool Mechelen (B).
----
De neerslag van die rondgang is vastgelegd in dit lezenswaardige en tamelijk onthullende werkje, waarin vooral journalisten vertellen over de tegenwerking die zij keer op keer ondervinden bij het krijgen van openheid van bestuurders. Vaak moeten ze bedelen om documenten via een WOB-verzoek openbaar te krijgen, hoewel dit toch een wettelijk recht is.
<span style="font-size: 11pt;" ;"="">De bekende kloof tussen theorie en praktijk! Opvallend is verder de constatering dat het veel journalisten en ambtenaren ontbreekt aan kennis op dit gebied. In die zin vult deze uitgave over een onderwerp waarover nog niet zoveel is geschreven, een leemte. Kleine omvang; negen hoofdstukken plus voorwoord en conclusies & aanbevelingen. Desondanks een lezenswaardige publicatie. NBD/Biblion
----
Inhoudsopgave
 
Voorwoord
 
1 Wat is de Wet Openbaarheid van Bestuur?
Marco de Lange & Wil van der Schans
2 De enquête – Gebruikers en gebruik
Jaap Nienhuis, Karel Platteau, Wil van der Schans & Anneke Verbraeken
3 De professional – ‘Volhouden loont!’
Wil van der Schans
4 De enquête – Afhandelen van verzoeken
Jaap Nienhuis, Karel Platteau, Wil van der Schans & Anneke Verbraeken
5 De grootverbruiker – ‘Heeft u niets beters te doen…?’
Brenno de Winter
6 De starter – ‘Dag 155: Bellen, mailen en afwachten’
Marco de Lange
7 De enquête – Afwijzingen
Jaap Nienhuis, Karel Platteau, Wil van der Schans & Anneke Verbraeken
8 De Nederlandse wetenschappers – ‘De wobkan beter!’
Bernd van der Meulen & Kim Mulder
9 De Belgische professor – ‘Nog een lange weg te gaan’
Dirk Voorhoof
10 Conclusies en aanbevelingen
 
Bijlage
Over de enquête en de auteurs
hoofdstuk 1
Wat is de Wet Openbaarheid van Bestuur?
Marco de Lange & Wil van der Schans
 
Openbaarheid als uitgangspunt, dat is het principe waar de Wet Openbaarheid van Bestuur (wob) om draait. Het belang van openbaarheid van overheidsinformatie is evident: een volwaardige democratie heeft geïnformeerde burgers, journalisten en belangenorganisaties nodig, die los van het parlement de regering en het bestuur kunnen controleren. Dit principe is bij de voorbereiding en behandeling van de Wet Openbaarheid van Bestuur uit en te na benoemd.
Zonder informatie geen controle en geen mening, zonder controle en mening geen invloed. Zo simpel eigenlijk is het belang van openbaarheid van overheidsinformatie.
Dit boek richt zich volledig op de wobals instrument voor (onderzoeks-)journalisten. En dan is al snel duidelijk dat het een belangrijk instrument is. Het is immers een basisprincipe van de journalistiek dat journalisten waarheidsgetrouw berichten. Op basis van hun informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht (punt 1 van de Leidraad Journalistiek van de Raad voor de Journalistiek). Openbaarheid van overheidsinformatie is hierbij essentieel.
Openbaarheid als uitgangspunt alleen is niet voldoende, ook de uitvoering in de praktijk is voor (onderzoeks-)journalisten van groot belang. Vrije nieuwsgaring heeft een belangrijke waarde binnen onze democratie en deze waarde komt slechts tot haar recht als zij ook voortvarend wordt toegepast. Zoals verderop zal blijken, komt de vrije nieuwsgaring veelvuldig in de knel door een gebrek aan voortvarendheid bij de overheid.
Gebruikmaken van het simpele recht op overheidsinformatie is nog niet zo eenvoudig. Uit de enquête die we onder leden van de Vereniging van Onderzoekjournalisten (vvoj) hielden, blijkt dat er ook binnen deze beroepsgroep een gebrek is aan kennis over de wob. Uit verschillende interviews blijkt bovendien dat de wijze waarop de overheid de wet soms interpreteert, lijnrecht staat tegenover het principe van openbaarheid.
 
Wat valt onder de wob?
Er is vaak verwarring over het bereik van de Wet Openbaarheid van Bestuur. Lang niet alle overheidsinformatie is opvraagbaar met een beroep op de wob. In principe regelt de wobde openbaarheid van documenten die bij bestuursorganen berusten.
Dat lijkt duidelijk, maar is het niet. Volgens de wet is een bestuursorgaan ‘een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed’. Bij ministeries, gemeenten en provincies zal niemand twijfelen over het gebruik van de wob. Maar zodra informatie bij bijvoorbeeld het Hoofdbedrijfschap Detailhandel moet worden opgevraagd, slaat de twijfel snel toe. Toch vallen ook bedrijfschappen en een veelvoud aan zelfstandige bestuursorganen (zbo) onder de wob, bijvoorbeeld het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen en de Stichting Landelijke Mestbank.
Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Van veel instellingen en organen is nooit door de rechter bepaald of het een bestuursorgaan is, en daarom is het onduidelijk of deze onder de wobvallen.
De belangrijkste voorwaarde voor een document is dat het bestaat. Het moet officieel zijn. Notulen zijn bijvoorbeeld documenten. Maar als het voorlopige notulen betreft, is dit nog geen vastgelegd document. Ook een rapport bestaat pas als het is afgerond.
Een rapport in concept is dus niet te wob-ben. Een video en een e-mail zijn weer wel documenten, want ze bestaan officieel. De strijd over wat wel en niet een document is, wordt in veel landen gestreden. Dit lijkt juridisch getouwtrek, maar voor een wob-ber is dit wel degelijk van belang. De overheid zal eerder met de documentdefinitie rommelen bij gevoelige documenten. En dat zijn juist de stukken die een wob-procedure de moeite waard maken.
 
De procedure
De wob-procedure is in een aantal fasen te onderscheiden. Om te beginnen moet een duidelijke vraag worden geformuleerd, waarop een besluit moet worden genomen. Valt dat besluit niet tijdig, dan kan een verzoeker vervolgens een beroep doen op het boetestelsel. Indien er wel een beslissing is genomen, maar de verzoeker is het er niet mee eens, kan bezwaar worden aangetekend.
Ook dit besluit kan niet naar tevredenheid uitvallen: dan kan de verzoeker in beroep bij de rechtbank. Ten slotte kan men naar de Raad van State.
In het interview met wob-deskundige Roger Vleugels (hoofdstuk 3) wordt dieper ingegaan op het tactisch opstellen van de vraag. Het is een speelveld waar weinig journalisten zich goed in verdiepen.
Sinds oktober 2009 zijn de termijnen in de tweede fase veranderd: de bevraagde instantie moet binnen vier weken beslissen of de informatie wordt verstrekt. Het bestuursorgaan mag deze eerste beslissing met nog eens vier weken uitstellen, maar moet daar officieel wel een reden voor geven. Bij overschrijding van een termijn kan de verzoeker het bestuursorgaan in gebreke stellen.
Binnen twee weken dient er dan een beslissing te worden genomen. Indien dit niet gebeurt, moet er een boete aan de verzoeker worden betaald.
Uiteindelijk kan de informatie helemaal, gedeeltelijk of helemaal niet worden verstrekt. In de laatste twee gevallen is het vaak zinvol om de volgende fase in te gaan: het bezwaar. De ervaring leert dat de interpretatie van de weigeringgronden nogal kan verschillen.
wob-ambtenaren zijn geneigd er een enge interpretatie aan te geven. Nadeel van de Nederlandse bezwaarprocedure is dat deze binnen het betrokken bestuursorgaan wordt afgehandeld, overigens wel met een bezwaarcommissie. In Groot-Brittannië bijvoorbeeld kijkt in deze fase al een onafhankelijke Information Commissioner naar het bezwaar.
Zes weken na het indienen van het bezwaar dient er een beslissing te worden genomen, met weer de mogelijkheid van vier weken uitstel. Bij complexe zaken geldt een termijn van tien weken, met ook de mogelijkheid van vier weken uitstel. Als ook dit besluit tegenvalt en er voldoende reden is om aan te nemen dat de documenten toch openbaar moeten worden, is de volgende stap die naar de rechter. Dit beroep moet binnen zes weken (na de beslissing op het bezwaar) worden ingediend bij de afdeling bestuursrecht van de plaatselijke rechtbank. Er moet daar een beroepschrift worden ingediend. De rechter kan er tijdens de procedure voor kiezen om de betreffende stukken op te vragen. Als de magistraat dit niet zelf doet, kan de wob-ber vragen of de rechter deze stukken alsnog wil bekijken. Groot voordeel hiervan is dat rechters na het lezen van de documenten vaak geen bezwaar zien tegen openbaarmaking.
De procedure bij de rechtbank duurt behoorlijk lang (één tot twee jaar). Journalisten kunnen wel een beroep doen op een versnelde behandeling.
Ten slotte is er, als ook de rechtbank negatief beschikt, de Raad van State. Net als bij de plaatselijke rechtbank duurt een procedure hier erg lang: er gaat al snel een jaar voorbij. Wanneer ook dit hoger beroep niet voor meer openbaarheid zorgt, is het in de meeste gevallen voorbij. Alleen als de uitspraak in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bestaat er nog een kleine kans dat het Europese Hof redding kan bieden.
 
Uitzonderingsgronden & beperkingen
Volgens het beginsel van de Wet Openbaarheid van Bestuur is alle informatie openbaar, tenzij het verzoek in strijd is met een of meer van de uitzonderingsgronden. Er is een hele lijst van deze obstakels. Ze zijn in te delen in absolute en relatieve gronden en in een beperking.
Zoals de naam al zegt, zijn de absolute gronden moeilijk te breken. In de relatieve gronden zit meer ruimte, een andere interpretatie door de rechter kan winst betekenen. Het belang van de informatieverstrekking moet altijd opwegen tegen de in de artikelen geformuleerde bezwaren. En natuurlijk moet de gebruikte grond van toepassing zijn op het onderwerp. Ten slotte is er nog de beperking van de persoonlijke beleidsopvattingen, ook deze is op verschillende manieren op te vatten. Hieronder worden de verschillende gronden nader belicht.
 
Absolute weigeringgronden
 
De eenheid van de Kroon
Dit heeft vooral met de positie van het staatshoofd te maken. Deze weigeringgrond moet bijvoorbeeld voorkomen dat een conflict tussen een minister en het staatshoofd openbaar wordt. Ook gegevens over de relatie met overzeese gebieden als de Antillen kunnen met deze grond worden afgeschermd.
 
De veiligheid van de Staat
Dit spreekt voor zich. Vóór september 2001 werd dit artikel meestal gebruikt rondom informatie over veiligheidsdiensten. Na de aanslagen op de Twin Towers worden op grond hiervan ook veel wob-verzoeken rond terreurbestrijding geweigerd.
 
Bedrijfs- en fabricagegegevens vertrouwelijk bekend bij de overheid
Als een bedrijf een geheim recept heeft, is het logisch dat dit niet bekend mag worden. Een rivaliserend bedrijf kan dit opvragen en het product namaken. Dat zou concurrentievervalsing zijn. Deze vertrouwelijkheid moet overigens wel schriftelijk vastgelegd zijn.
 
Persoonsgegevens
Dit is een deel Wet Bescherming Persoonsgegevens in de wob. Om de privacy te beschermen, hebben alleen direct betrokkenen toegang tot persoonsgegevens in documenten. Als de verstrekking van deze gegevens echter geen inbreuk betekent op de persoonlijke levenssfeer, is verstrekking wel toegestaan.
 
Relatieve weigeringgronden
 
Internationale betrekkingen
Hiermee moet worden voorkomen dat de diplomatieke betrekkingen van Nederland worden geschaad. Dit geldt voor relaties met landen en internationale organisaties. Als informatie wordt geweigerd omdat bijvoorbeeld een ander land bezwaar maakt, is het verstandig dit te controleren. Ambtenaren gaan er regelmatig gemakshalve van uit dat een land bezwaar maakt. De vraag daadwerkelijk aan dit land stellen, wordt dan overgeslagen.
 
Economische of financiële belangen van de Staat
De economische en financiële positie van de centrale en decentrale overheden mogen niet worden geschaad door de wob. Een lopende aanbesteding wordt bijvoorbeeld door dit artikel beschermd. Als de handtekeningen zijn gezet, hebben de belangen echter geen bescherming meer nodig. Dan vervalt de uitzonderingsgrond en is de kans op openbaarmaking groot.
 
Opsporing en vervolging van strafbare feiten
Zonder deze uitzondering is het mogelijk dat tijdens een lopende opsporing van een moordenaar de feiten uit deze zaak in de krant staan. De wetgever heeft eraan gedacht dat dit de zaak kan hinderen. Als de zaak is afgesloten, is de kans op verstrekking ook hier veel groter. Deze grond hangt samen met de absolute uitzondering over persoonsgegevens.
 
Inspectie, controle en overheid
Het kan lastig zijn om een bepaald bedrijf zuiver te controleren als de methode en uitkomst van deze controle openbaar worden gemaakt. Vandaar deze uitzondering. Vaak is het echter de vraag of dit toch niet openbaar moet zijn. Het publiek moet immers weten bij welke instellingen men het beste terecht kan. Als een bepaald bedrijf zijn werk slecht doet, mag het publiek dit weten. Dit bedrijf heeft dan recht op nadeel. Daarom is er nog steeds veel te doen over de interpretatie van deze uitzondering.
 
Privacy en bescherming van derden
Gegevens van persoonlijke aard mogen niet worden verstrekt. Dit zou de persoonlijke levenssfeer schaden. Het is belangrijk te onthouden dat de privacy niet is beschermd als de betreffende persoon zijn beroep uitoefent. Bijvoorbeeld, minister Ter Horst wordt in haar privésfeer beschermd door deze uitzondering. Als zij als minister aan het werk is, valt deze grond in de meeste gevallen weg. Overigens staat ook in de wet dat deze uitzondering vervalt als de betrokkene instemt met openbaarmaking.
 
Geadresseerde als eerste kennisnemer
Personen die betrokken zijn bij een bepaalde zaak hebben het logische recht als eerste kennis te nemen van de informatie die uit een wob-verzoek kan voortkomen. Deze uitzondering om informatie (nog) niet vrij te geven wordt zeer weinig gebruikt.
 
Voorkomen onevenredig voordeel of nadeel
Openbaarmaking veroorzaakt in veel gevallen een voordeel of nadeel voor betrokkenen. Dit moet echter wel evenredig zijn. Omdat de interpretatie hiervan vrij breed is, wordt deze grond vaak gebruikt om de procedure te vertragen. In het opvolgende bezwaar sneuvelt deze dan vaak weer.
 
Beperking
 
Persoonlijke beleidsopvattingen uit intern beraad
Als het gaat om een document uit intern beraad, wordt er geen informatie met daarin persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren verstrekt. Het idee hierachter is dat ambtenaren beperkt zouden kunnen worden in hun denken. Elk wild plan kan openbaar worden en dat verhoogt de drempel tot het uiten van creatieve gedachten. Deze opvattingen mogen wel worden verstrekt in een vorm die niet tot de betreffende personen herleidbaar is.
De wet voegt hier nog iets aan toe. De beleidsopvattingen van een adviescommissie kunnen openbaar worden gemaakt. Voorwaarde is wel dat het betreffende bestuursorgaan meldt dat openbaarmaking een mogelijkheid is, voordat de commissie aan de slag gaat.
Globaal is dit de werking van de Wet Openbaarheid van Bestuur. Het is geen lastige wet en de tekst is relatief gezien kort. Maar de praktijk van de wobis anders dan de theorie. In de woorden van wob-deskundige Roger Vleugels: ‘De wob-tekst zelf vind ik niet zo bijster interessant. Het gaat om de cultuur van de vraagsteller, de cultuur van het recht en de cultuur van het overheidsorgaan.’
Uit de volgende hoofdstukken zal dat duidelijk blijken toevertrouwd aan professionele journalisten.
Informatie:
ISBN
: 9789079700172
Auteur
: Smit
Kaft
: Paperback
Uitgever
: AMB
Foto('s):
Prijsinformatie:
Prijs per stuk: € 17,50
Aantal: Bestellen
Relevante producten
Reviews Review toevoegen

Deze review wordt niet direct geplaatst omdat deze eerst moet worden goedgekeurd door een beheerder. Wanneer deze review goedgekeurd is zal hij verschijnen op deze pagina.

Geen reviews gevonden.

Meer reviews
 
 
 
Uitgeverij AMB  
Karwijzaaderf 15
1112 JN Diemen
postadres
Postbus 7
1110 AA Diemen


info.amb@xs4all.nl

AMB Publishers 
Karwijzaaderf 15
1112 JN Diemen

postal address
 PO Box 7
  1110 AA Diemen
  The Netherlands

 info.amb@xs4all.nl


 
 
 
 
Deze website gebruikt cookies om het bezoek te meten, we slaan geen persoonlijke gegevens op.