QUICK SEARCH
Zoekterm(en)

Zoeken
(Artikelnr: 79700-32)
MODEGODEN
Neo-tribes in de straten van Tokio

 
Anneke Beerkens
 
 
AMB Diemen 2011
(isbn 97890 79700 32 5, 183 pp., rijk geïllustreerd, paperback, € 21,50)
 
Meer dan elders in de wereld lijken jongeren in Japan zich te verzetten tegen de dwingende cultuur van hun ouders en in het bijzonder die van hun vaders, die zich als ‘sarariiman(kantoorman) door het leven worstelen. Zolang het kan, probeert de Japanse jeugd verre te blijven van het grijzekantoorpakkenbestaan.
Anneke Beerkens duikt in de wereld van de jonge mannelijke modefanatiekelingen in Tokio. Van dichtbij volgt ze jongens rond twee modewinkels, Mikiri Hashin en Candy, waarvan de eigenaren als iconen worden vereerd. De jongens zoeken elkaar op in de winkels, hangen rond met hun helden en smeden plannen voor modefeesten. Het lijken stammen - in een postmodern jasje - met hun eigen rituelen en charismatische leiders. Beerkens ontrafelt hoe modetijdschrift TUNE de soms extreme modestijl van de groepen in ‘street snapsweergeeft en daarmee een spil vormt in het proces van iconisering.
In dit persoonlijke verslag van haar zoektocht geeft Beerkens een scherp en indringend beeld van de jongerencultuur in het hedendaagse Japan.
 
Anneke Beerkens is als cultureel antropoloog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Momenteel werkt ze met een beurs van de Toyota Foundation aan het prestigieuze Bunka Fashion College in Tokio.

 
Inhoudsopgave
 
Een ontmoeting — 1
Charisma — 25
Het charismatische spel — 55
Viering van mode — 85
Het heilige boek — 127
Are you in Tune – Are you in tune? — 165
 
 
---
EEN ONTMOETING
 
Een kleine tien minuten fietsen verwijderd van Umegaoka, een wijk in Tokio waar ik een studiootje huur, ligt Shimokitazawa. Ik parkeer mijn fiets en heb absoluut geen idee waar ik ben, waar deze eerste dag toe leidt. Volgens Maiko, een Japanse vriendin uit New York, is dit de buurt waar ik moet zijn: vol bars, restaurants, winkeltjes en belangrijker nog: vol jongeren. De kleine hoofdstraat ziet er echter niet veelbelovend uit. Drogisterijen, dertien in een dozijn kledingwinkels, goedkope schoenenzaakjes, Mc-Donald’s, patisserieën, hier en daar een Japans eetschuurtje.
Zoals in bijna elke stad bevinden de interessantere plekjes zich buiten de gevestigde orde, in de zijstraatjes dus. Mijn hoop deze eerste dag is hier op gevestigd. De hoofdstraat achter me latend, beweeg ik me door nauwe, meanderende steegjes. Telkens laat ik me verrassen door wat er achter een bocht tevoorschijn komt, wat er voor me ligt als ik een heuveltje beklim. Het lijkt waar te zijn, dit is de plek! De ene hippe tweedehands winkel na de andere, jonge ontwerpers, cafeetjes, kapperszaken, héél veel kapperszaken. Ik loop en ik loop, ga overal naar binnen, snuffel, maak foto’s, op zoek naar mogelijkheden voor mijn nieuwe project. Ik spreek winkelpersoneel aan. De geringe beheersing van het Engels valt me tegen. Met een houding van schaamte, angst en zelfs een mate van paniek zien de meesten me liever gaan dan blijven na mijn vraag om Engels met ze te spreken. Bij het zoveelste spannend ogende geveltje blijf ik staan.  Buiten staat een pop met een bijzonder, antiek ogend Egyptisch gewaad. Verder zie ik oude auto’s, tinnen poppetjes en tweedehands tasjes in vitrinekasten. Is het een museum, een winkel, een verzamelaar die hier woont? Achter de pop is een houten ruimte met een trap. Jurken, kettingen en tasjes aan de trapleuning trekken me met een ongekende kracht naar boven. De trap kraakt en met elke trede wordt het warmer. Eenmaal boven omhult de hitte me als een deken. Ik begeef me in een traditioneel Japans huis, helemaal van hout, met vijf kleine kamertjes, hooguit drie bij drie meter, of beter: zes tatami matten groot. Elk kamertje blijkt een winkeltje, beneden aangekondigd door de spulletjes in één van de vitrines.
Eén ruimte, nog steeds ondefinieerbaar, trekt mijn aandacht. Er hangen poppen, poppenonderdelen zoals ledematen en hoofdjes, lampen, oude kranten en kapotte knuffels om de deurpost. De ingang is half gesloten door twee dikke, zware, zwarte gordijnen die vanuit de linker- en rechterbovenhoek in twee knopen naar beneden vallen. Bukkend steek ik mijn hoofd tussen de gordijnen door en kom ik in een ruimte, zó klein, zó donker, en vol kleding, maar dan ook écht vol. De geur van hout dat door de jaren heen opnieuw is gaan leven, regen en zon in zijn nerven heeft opgeslagen, gecombineerd met oude kleding, die mottenballen en stof uitwasemen, maar ook allure en rijkdom van vervlogen tijden en verre plaatsen tentoonspreiden, creëren een eenheid met de aardsheid van de kleuren en vormen in de winkel. Behalve naar kleding in jeanskleuren, houthakkershemden, Amerikaanse bouwvakkersschorten, lederen schoenen en tassen, worden mijn ogen getrokken naar halssnoeren van kippenbotjes en witte linnen hemden met de rijzende rode Japanse zon erop. Een opgezette pinguïn in het midden van de ruimte, bekleed met pet en kettingen; een beeld, versierd met kleding en omringd door kaarsen; oude blikjes, plastic flessen en andere objecten waar het leven uit is, vormen het decor van de winkel.
In een donkere hoek, achter een verhoogde toonbank, zie ik een jongen staan; zijn donkere, rauwe kleding doet hem samensmelten met zijn omgeving. Hij kijkt op vanonder zijn zwartgrijze capuchon, zijn gezicht al net zo verstopt als de winkel zelf. Hij groet me door met zijn ogen te knipperen, hij heeft een melancholische blik. Er hangt een sfeer om hem heen die mij aanspreekt, die mij nieuwsgierig maakt. De jongen heeft iets, er is iets met hem, er is iets om deze jongen heen. Een mysterieuze uitstraling, een magisch gevoel. Voor het eerst die dag ervaar ik contact met iemand: de jongen en ik, wij delen iets.
Hij richt zich op de ene klant in de zaak die zojuist een kledingstuk heeft gekocht. Voordat ik kan achterhalen wat het is, verdwijnt het in een zwarte plastic zak, bezegeld met geelzwarte tape, als een vuilniszak. Ietwat ongemakkelijk loop ik rond. Alsof ik me in een porseleinkast begeef neem ik, mijn ledematen strak langs mijn lijf, alles in me op. De winkel is klein, ik voel me ongekend groot. De sfeer in de ruimte, de ongewone objecten, de duisternis, de geur en drukkende warmte maken me bang dingen aan te raken en te bevuilen, bang om iets om te stoten; een ongewoon gevoel voor een fashionista in haar natuurlijke leefomgeving, een kledingzaak.
Al snel bekruipt me het gevoel dat ik geen kant meer op kan. Ik heb mijn rondje gelopen, heb de bijzondere sfeer op me in laten werken en toch het een en ander aangeraakt. Wat kan ik, als vrouw, anders dan dit mannendomein verlaten? Een tweede rondje geeft me de kans mijn verblijf te rekken, maar zelfs na dit uitstel is de klant nog steeds aan het kletsen met de jongen achter de toonbank.
Het lijkt een eeuwigheid te duren, het gesprek tussen beiden. De jongen met de capuchon kijkt me aan, omdat ook hem opvalt dat ik wat sta te drentelen in zijn zaak. ‘Eigo ga wakarimasuka’? Vraag ik. Nee, Engels spreekt hij niet. Hoopvol kijk ik naar zijn klant. Door naar achteren te stappen en met zijn armen hetzelfde kruis te maken als vele anderen die dag, vertelt hij met zijn hele lichaam, verstijfd van schrik door mijn directe benadering, dat ook hij geen Engels spreekt. Dan gebaar ik, met mijn ene duim in de lucht, mijn andere hand in de richting van de kleding om me heen, dat ik de winkel erg mooi vind. Een twinkeling komt onder de capuchon vandaan. ‘Me shop owner’, is het enige wat hij zegt. Na wat ongemakkelijk over en weer lachen, verlaat ik de winkel.
Maar dat wil ik helemaal niet. Deze plek voelt geschikt, er is iets met deze plek, er hangt een sfeer van mystiek. Wat is hier aan de hand? Gevoelens van euforie en bezorgdheid maken zich van me meester. Ik heb de plek voor mijn studie gevonden, maar niemand spreekt Engels. Hoe kan ik mijzelf, met mijn geringe beheersing van het Japans, onderdompelen in deze omgeving?
Hoe kan ik proberen onderdeel uit te gaan maken van het leven van deze jongen en zijn winkel? Ik loop verder door Shimokitazawa. Winkel in, winkel uit. Maar niets weegt nog op tegen het kleine ‘hol’ vol kleding en andere objecten, niemand tegen de jongen met de capuchon. Ik moet terug. Wanneer ik de dag erna het straatje inloop, zie ik dat ‘mijn jongen’ buiten staat, omringd door drie andere opvallend uitgedoste jongens. De kleding van de jongens lijkt op elkaar afgestemd. Hoe bont ook, de rieten mutsjes, bottenkettingen, grove bruine leren schoenen, tasjes en riemen, grote jeans en geruite overhemden zorgen voor een harmonieus geheel. Dit beeld overtuigt me er des te meer van dat ik de juiste plek gevonden heb. Mijn jongen draagt hetzelfde jeansjasje als de dag ervoor, donkerblauw blijkt het te zijn in daglicht. De capuchon heeft hij ditmaal over zijn schouders gedrapeerd, in plaats van op zijn hoofd. Een grote wollen band bedekt een gedeelte van zijn gezicht. Hij ziet me aankomen en groet me, niet wetend dat ik weer voor hem kom. Wanneer ik het houten halletje met de trap wil binnentreden, houdt hij me tegen. ‘Gesloten’ zegt hij in gebrekkig Engels, ietwat fel.
Ik probeer te achterhalen wanneer de winkel opengaat, en voel de ogen van alle jongens op mijn lijf gebrand. Niemand spreekt Engels, niemand begrijpt wat ik wil, niemand weet wie ik ben. Ik probeer met een combinatie van stuntelig Japans, steekwoorden Engels en handen en voeten een gesprek aan te knopen in de hoop iets van de verbazing weg te kunnen nemen. De verwarring neemt echter alleen maar toe. Wat wil ik? Wat zoek ik in deze jongenszaak?
Wat bedoel ik met ‘ik ben een antropoloog’? Ik voel me erg ongemakkelijk en geef het op. Als een hond met zijn staart tussen zijn benen ga ik terug naar mijn kamertje. Gewapend met een introductiebriefje in het Japans, gemaakt door het enige Japanse contact dat ik al vanuit Nederland aangeknoopt had, ga ik de derde dag de strijd weer aan. De jongen staat weer buiten, voor zijn winkel, achter zijn capuchon, verscholen voor de buitenwereld. Hij groet me. Overtuigd van mijn nieuwe methode geef ik hem het briefje waarop in het Japans staat wie ik ben, wat ik in Japan doe, en waarom ik  geïnteresseerd ben in zijn winkel. De jongen leest het, en kijkt me nog steeds onbegrijpend aan. ‘Huh’, zegt hij hardop, en hij lacht onzeker naar me. Hij kan niets vragen, ik kan nauwelijks iets zeggen. Het briefje gaat rond, de jongens die hem omringen werpen een blik op het papiertje.
Er wordt gepraat in het Japans, en gelachen. Ik dwing mezelf te blijven staan, de schaamte voorbij. Ik ga de langste minuten van mijn verblijf in Japan tegemoet.
Dan pakt de jongen zijn telefoon, hij praat wat en ik krijg het toestel in mijn hand gedrukt: zijn vriendin Ayaka is aan de lijn en staat mij in goed Engels te woord. Ik leg haar uit wie ik ben, ze vindt mijn plan om de winkel te onderzoeken ‘cool’ en wil me graag ontmoeten. Mijn jongen krijgt een naam: Akira. Twee dagen later gaan we met zijn drietjes wat drinken en eindelijk kunnen wij – met woorden – communiceren. We praten over mode en Tokio, over Amsterdam, over de winkel; ze zijn verrast door mijn interesse in Japanse mode.
Niet veel later komt daar de alleszeggende vraag: ‘Ken jij het tijdschrift tune’? Gevoelens van trots en blijdschap overvallen me: dit is het Japanse tijdschrift waar ik mijn plan op gebaseerd heb, hierin staan de jongens model – gewone jongens van de straat – die de mij mateloos fascinerende modestijl vertegenwoordigen, jongens die ik hoop te vinden. Zonder teveel bloot te geven van mijn enthousiasme laat ik zijn vriendin verder vertellen. Ik blijk te zitten tegenover een van de jongens, regelmatig te zien in tune. Niet eens zomaar een van hen: zelfs zijn winkel Mikiri Hashin is een van de zevenenveertig uitverkoren winkels in de tune Tokio-winkelgids. Akira is vanaf dat moment de hoofdrolspeler in mijn project: ik kan beginnen!
Informatie:
ISBN
: 9789079700325
Auteur
: Beerkens
Kaft
: Paperback
Uitgever
: AMB
Bijlagen:
Prijsinformatie:
Prijs per stuk: € 21,50
Aantal: Bestellen
Reviews Review toevoegen

Deze review wordt niet direct geplaatst omdat deze eerst moet worden goedgekeurd door een beheerder. Wanneer deze review goedgekeurd is zal hij verschijnen op deze pagina.

Geen reviews gevonden.

Meer reviews
 
 
 
Uitgeverij AMB  
Karwijzaaderf 15
1112 JN Diemen
postadres
Postbus 7
1110 AA Diemen


info.amb@xs4all.nl

AMB Publishers 
Karwijzaaderf 15
1112 JN Diemen

postal address
 PO Box 7
  1110 AA Diemen
  The Netherlands

 info.amb@xs4all.nl


 
 
 
 
Deze website gebruikt cookies om het bezoek te meten, we slaan geen persoonlijke gegevens op.