QUICK SEARCH
Zoekterm(en)

Zoeken
Koene - Raden voor de Journalistiek
Reviews | Review toevoegen

Raden voor de Journalistiek in West-Europa (Studies voor het Stimuleringsfonds voor de Pers - S21) mr. Daphne C. Koene   AMB Diemen 2008 (ISBN 97890 79700 04 2, 132 pp., paperback., € 20,-)   ...

Artikelnummer

79700-04 

€ 20,00
Prijs per stuk

 

Aantal: 
Bestellen

Raden voor de Journalistiek in West-Europa
(Studies voor het Stimuleringsfonds voor de Pers - S21)

mr. Daphne C. Koene
 
AMB Diemen 2008
(ISBN 97890 79700 04 2, 132 pp., paperback., € 20,-)
 

De media, die functioneren als ‘waakhonden van de democratie’, moeten zich in deze tijd steeds meer publiek verantwoorden voor hungedragingen. Daarom wordt het belang van een goed functionerende Raad voor de Journalistiek bijna dagelijks groter. Als instantie waar burgers en instellingen, via een laagdrempelige procedure, terechtkunnen met klachten over journalistieke gedragingen, is de Raad bij uitstek het orgaan voor zelfregulering binnen de media.
Daarnaast is de Raad het instituut voor de opinievorming over en ontwikkeling van journalistieke normen. Alle uitspraken samen geven een goed beeld van de journalistieke ethiek.
Tussen de Raden voor de Journalistiek in West-Europa bestaan nogal wat verschillen, zowel in de wijze waarop ze zijn georganiseerd als in hun functioneren. De ervaringen van die verschillende Raden kunnen van groot nut zijn bij de versteviging van hun positie.
Dit onderzoek wijst uit dat in de zes onderzochte landen zelfregulering door een media- of persraad op uiteenlopende wijzen plaatsvindt. De culturele en sociale achtergronden van de verschillende landen in aanmerking genomen, moet worden geconcludeerd dat er geen ‘one-fits-all’ model bestaat voor een zelfregulerende instantie of een journalistieke code. Maar ook dat door uitwisseling van kennis en ervaring geleerd kan worden van de goede en minder goede aspecten van andere organisaties.
-
Daphne C. Koene is secretaris van de Raad voor de Journalistiek
 
—¶
 
Inhoudsopgave
 
Voorwoord
1. Inleiding
2. Samenvatting
  2.1.    Woord vooraf
  2.2.    Organisatie en financiering
  2.3.    Taak
  2.4.    Bevoegdheid en ontvankelijkheid
  2.5.    Secretariaat
  2.6.    Samenstelling raad
  2.7.    Klachtenprocedure
  2.8.    Sancties
  2.9.    Overige werkzaamheden
  2.10.  Statistieken over 2007
3. Conclusies en aanbevelingen
 
4. Landenschets
 
5. Nederland – Raad voor de Journalistiek
  5.1.    Achtergrond
  5.2.    Organisatie en financiering
  5.3.    Taak
  5.4.    Bevoegdheid en ontvankelijkheid
  5.5.    Secretariaat
  5.6.    Samenstelling raad
  5.7.    Klachtenprocedure
  5.8.    Sancties
  5.9.    Overige werkzaamheden
  5.10.  Statistieken over 2007
6. Zweden – Allmänhetens Pressombudsmanen Pressens Opinionsnämd
  6.1.    Achtergrond
  6.2.    Organisatie en financiering
  6.3.    Taak
  6.4.    Bevoegdheid en ontvankelijkheid
  6.5.    Secretariaat
  6.6.    Benoeming ombudsman en samenstelling persraad
  6.7.    Klachtenprocedure
  6.8.    Sancties
  6.9.    Overige werkzaamheden
  6.10.  Statistieken over 2007
  6.11.   Kanttekeningen en beschouwingen 50
7. Denemarken – Pressenævnet
  7.1.    Achtergrond
  7.2.    Organisatie en financiering
  7.3.    Taak
  7.4.    Bevoegdheid en ontvankelijkheid
  7.5.    Secretariaat
  7.6.    Samenstelling persraad
  7.7.    Klachtenprocedure
  7.8.    Sancties
  7.9.    Overige werkzaamheden
  7.10.  Statistieken over 2007
  7.11.   Kanttekeningen en beschouwingen
8. Groot-Brittannië – Press Complaints Commission
  8.1.    Achtergrond
  8.2.    Organisatie en financiering
  8.3.    Taak
  8.4.    Bevoegdheid en ontvankelijkheid
  8.5.    Secretariaat
  8.6.    Samenstelling klachtencommissie
  8.7.    Klachtenprocedure
  8.8.    Sancties
  8.9.    Overige werkzaamheden
  8.10.  Statistieken over 2007
  8.11.   Kanttekeningen en beschouwingen
9. Duitsland – Deutscher Presserat
  9.1.    Achtergrond
  9.2.    Organisatie en financiering
  9.3.    Taak
  9.4.    Bevoegdheid en ontvankelijkheid
  9.5.    Secretariaat
  9.6.    Samenstelling persraad
  9.7.    Klachtenprocedure
  9.8.    Sancties
  9.9.    Overige werkzaamheden
  9.10.  Statistieken over 2007
  9.11.   Kanttekeningen en beschouwingen
10. Vlaanderen – Raad voor de Journalistiek
  10.1.   Achtergrond
  10.2.  Organisatie en financiering
  10.3.  Taak
  10.4.  Bevoegdheid en ontvankelijkheid
  10.5.  Secretariaat
  10.6.  Samenstelling raad
  10.7.  Klachtenprocedure
  10.8.  Sancties
  10.9.  Overige werkzaamheden
  10.10. Statistieken over 2007
  10.11. Kanttekeningen en beschouwingen

11. Resumé van aanbevelingen

Bijlagen
  I        Buitenlandse contacten
  II       Vragenlijst
  III      Literatuurlijst
  IV       Overige werkzaamheden Raad voor de Journalistiek 2007/2008
  V        Websites van genoemde organisaties

—¶

1. Inleiding
Het belang van een goed functionerende Raad voor de Journalistiek wordt bijna dagelijks groter. De media, die functioneren als ‘waakhonden van de democratie’, moeten zich in deze tijd steeds meer publiek verantwoorden voor hun gedragingen. In dat verband is van belang te constateren dat de media in de huidige samenleving aan grote ontwikkelingen onderhevig zijn. Hierbij valt te denken aan onder meer de opkomst van ‘nieuwe media’, de intrede van ‘burgerjournalistiek’ en de ontwikkeling van ‘cross media’. Daarbij doet zich steeds vaker de vraag voor wanneer sprake is van journalistiek handelen en wie daarop kan worden aangesproken.
Als instantie waar burgers en instellingen, via een laagdrempelige procedure, terecht kunnen met klachten over journalistieke gedragingen, is de Raad bij uitstek het orgaan voor zelfregulering binnen de media. Per geval kan worden nagegaan of journalisten zich houden aan hun eigen beroepsethiek.
Daarnaast is de Raad tevens het instituut voor de opinievorming over en ontwikkeling van journalistieke normen, doordat in de uitspraken algemene uitgangspunten (bijvoorbeeld over het toepassen van wederhoor) worden vastgelegd. Alle uitspraken samen – er zijn in de loop van de jaren vele honderden zaken behandeld – geven een goed beeld van de journalistieke ethiek in ons land.
Echter, met enige regelmaat vangt de Raad geluiden op dat wordt getwijfeld aan zijn aanzien. Zoals S. ten Hoove heeft opgemerkt, is ‘gezag, of beter gezegd het gebrek aan gezag, de rode draad die door de geschiedenis van de Raad loopt’.
Het bestuur van de Stichting Raad voor de Journalistiek – die de Raad faciliteert – beijvert zich al enige tijd voor een betere positionering van de Raad. In dat kader heeft het bestuur enige jaren geleden opdracht verstrekt tot het analyseren van uitspraken van de Raad. Dit heeft geleid tot de hiervoor genoemde publicatie van Ten Hoove. Mede naar aanleiding van deze publicatie is de afgelopen jaren een flink aantal stappen gezet om de positie van de Raad te verstevigen. Zo is in 2003 de mogelijkheid van een versnelde procedure ingevoerd en is in 2004 de website toegankelijker gemaakt. In 2005 is het secretariaat versterkt, zijn freelance griffiers aangetrokken en is het aantal raadsleden uitgebreid. Hierdoor kan de Raad vaker zittingen houden en aanzienlijk sneller uitspraken doen dan voorheen.
 
Verder is het van belang dat de Raad meer zichtbaar wordt in de samenleving. In dat kader heeft de Raad in 2007 een leidraad gepresenteerd, die het mogelijk maakt dat de journalistiek en het publiek gemakkelijk kennis kunnen nemen van de algemene standpunten waardoor de Raad zich bij de beoordeling van klachten laat leiden.
Bovendien gaat de Raad steeds vaker in op uitnodigingen voor bijeenkomsten over de ethiek van de journalistiek. Een werkgroep vanuit de Raad onderzoekt momenteel op welke wijze de Raad zich nog beter kan profileren. In dat verband zijn inmiddels contacten gelegd met de Stichting MediaDebat en zal op korte termijn worden bezien hoe met het MediaDebat kan worden samengewerkt. Naar aanleiding van het onderzoek inzake ‘Mabelgate’ wordt verder gestreefd naar een nauwer contact met de Nederlandse Nieuwsmonitor.
 
Een en ander betekent niet dat de kritiek op het functioneren van de Raad is verstomd. Zo heeft P.Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant, op 21 april 2006 in zijn afscheidsrede als voorzitter van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren gepleit voor het introduceren van het zogenaamde ‘Zweedse model’. In dat model neemt een ombudsman de eerstelijns behandeling van klachten en geschillen voor zijn rekening en een Raad voor de Journalistiek de tweede lijn, anders gezegd het hoger beroep.
En mr. J. Mentink concludeerde in zijn proefschrift dat er een laagdrempelig, kosteloos aanspreekbaar orgaan nodig is, waar de burger met klachten over journalistiek gedrag terecht kan. Volgens Mentink kan die rol door de Raad voor de Journalistiek worden vervuld míts de nodige verbeteringen in zijn functioneren worden aangebracht. Mentink sluit zijn onderzoek dan ook af met 12 conclusies c.q. aanbevelingen. Hoewel de Raad niet alle conclusies en aanbevelingen van Mentink deelt – zie het commentaar van de voorzitter van de Raad, mr. A.Herstel, dat als bijlage in het proefschrift is opgenomen – is daarmee niet gezegd dat er geen verdere verbeteringen in het functioneren van de Raad wenselijk c.q. nodig zijn.
Overigens is de afgelopen jaren in een aantal rapporten aandacht besteed aan de kwaliteit van en verantwoording door de media. Daarin is onder meer gesignaleerd dat de verantwoordingsmechanismen van de journalistieke beroepsgroep moeten worden verscherpt Verder is geconstateerd dat de media vanwege hun grote maatschappelijke invloed ook een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen en dat de overheid deze zo nodig krachtig moet stimuleren om de redactionele keuzes van de media tegenover burgers te verantwoorden. In al deze rapporten wordt gesproken over een versterking van de Raad voor de Journalistiek.
De Raad deelt de in de journalistiek geldende overtuiging dat de overheid zich zo min mogelijk met de pers moet inlaten, en dat de sector de regulering vooral zelf moet oppakken. Ook de overheid lijkt overigens die mening toegedaan. Nog onlangs schreef drs. H.M. van Bockxmeer, hoofd sector mediabeleid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in een bijdrage op de weblog van het Forum voor reflectie op journalistiek van het Katholiek Instituut voor Massamedia (Kimforum) ter zake:
“De overheid verwacht tegelijkertijd dat de media zelf hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat journalistieke informatie niet gekleurd is door belangen van bedrijven of de overheid. De journalistieke sector zorgt er door zelfregulering voor dat redactie en commercie van elkaar gescheiden blijven en dat nieuws en informatie een onafhankelijke invulling krijgen. (…)
De overheid kan en wil niet in de positie komen dat zij tot in de redactieruimte direct invloed kan hebben op het spanningsveld tussen redactie en commercie. De persvrijheid vraagt om een overheid op afstand en een goede balans. Dat wil niet zeggen dat de overheid dan maar niets moet doen. Zij voert actief beleid door stimuleringsmaatregelen en subsidies. Zelfregulering wordt gestimuleerd.”
 
Het is vervolgens aan de media zich vrijwillig aan die zelfregulering te onderwerpen en dat gebeurt slechts als de Raad zijn gezag weet te versterken. De vraag die zich dan ook voordoet is:
 
Hoe kunnen de kaders en de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek worden verbeterd, zodat de Raad goed kan functioneren als orgaan van zelfregulering in de media en daarmee zijn gezag onder de beroepsgroep, burgers en overheid weet te vergroten?
 
Tijdens bijeenkomsten van de Alliance of Independent Press Councils of Europe (AIPCE), die zijn bijgewoond door de secretaris van de Raad, is gebleken dat er nogal wat verschillen bestaan tussen de Raden voor de Journalistiek in de West-Europese landen, zowel in de wijze waarop de Raden zijn georganiseerd als in hun functioneren.
In de ons omringende landen heeft dreiging met overheidsingrijpen geleid tot het beter functioneren van de zelfregulerende instanties. Zo heeft de Britse Press Complaints Commission een belangrijke bemiddelende functie. Dit geldt ook voor de secretaris van de Vlaamse Raad voor de Journalistiek, die tevens ombudsman is.
De Duitse Presserat – die overigens voor een belangrijk deel door de overheid wordt gefinancierd – zet zich, naast het behandelen van klachten, ook in voor de persvrijheid. Overigens kent de Duitse Raad niet het criterium dat een klager ‘rechtstreeks belanghebbende’ moet zijn en kan de Raad op eigen initiatief klachtenprocedures beginnen.
In Denemarken heeft kritiek op het functioneren geleid tot een zelfreguleringsorgaan met verankering in de wet.
 
De Raad is van mening dat de ervaringen van de Raden voor de Journalistiek in voornoemde landen van groot nut kunnen zijn bij de beantwoording van de vraag op welke wijze de positie van de Raad kan worden verstevigd.
 
Daarom heeft de Raad – met subsidie van het Stimuleringsfonds voor de Pers – van september 2007 tot en met juli 2008 een vergelijkend onderzoek verricht naar deze Raden voor de Journalistiek, aangevuld met de zelfreguleringsinstantie in Zweden, vanwege het hiervoor bedoelde ‘Zweedse model’. De resultaten hiervan zijn neergelegd in dit rapport.
 
Gekozen is voor het doen van onderzoek door middel van het voeren van zoveel mogelijk vraaggesprekken, aangezien is gebleken dat (loutere) bestudering van schriftelijk materiaal over de betrokken organisaties niet leidt tot voldoende inzicht in de werkwijze van die organisaties. Getracht is gesprekken te voeren met woordvoerders van alle actoren in het mediaveld. Een overzicht van gesprekspartners en aanvullende schriftelijke buitenlandse contacten is opgenomen als bijlage I. Verder zijn in alle landen zittingen van de raden/klachtencommissies bijgewoond.
Aan de hand van een vragenlijst (bijlage II.) zijn diverse aspecten aan de orde gesteld, zoals de interne organisatie, financiering, wijze van klachtenafhandeling, mogelijkheid van bemiddeling, het doen van ambtshalve uitspraken, het gebruik van codes en overige activiteiten. Een en ander is geplaatst in het perspectief van bevolking en media: Welk gezag heeft de desbetreffende Raad onder publiek, media en overheid? Welke suggesties hebben deze groepen voor verbetering van de Raad voor de Journalistiek in hun eigen land?
 
Om de lezer in staat te stellen eenvoudig kennis te nemen van de onderzoeksresultaten, worden eerst in een samenvatting de verschillende kenmerken van de besproken landen vergeleken. In het hoofdstuk daarna staan enkele conclusies en aanbevelingen. Vervolgens geeft een korte landenschets een indruk van de situaties in de diverse landen. Ten einde een vergelijking met de Nederlandse situatie beter mogelijk te maken worden daarna de huidige organisatie en werkwijze van de Raad uiteengezet en ten slotte die van de onderzochte landen.
 
Na analyse van het rapport zal de Raad op korte termijn bezien welke stappen kunnen worden gezet ter versterking van zijn eigen positie.
 

Review toevoegen

Deze review wordt niet direct geplaatst omdat deze eerst moet worden goedgekeurd door een beheerder. Wanneer deze review goedgekeurd is zal hij verschijnen op deze pagina.

Geen reviews gevonden.

Meer reviews
ISBN
: 9789079700042
Auteur
: Koene
Kaft
: Paperback
Uitgever
: AMB

Relevante producten

 
 
 
Uitgeverij AMB  
Karwijzaaderf 15
1112 JN Diemen
postadres
Postbus 7
1110 AA Diemen


info.amb@xs4all.nl

AMB Publishers 
Karwijzaaderf 15
1112 JN Diemen

postal address
 PO Box 7
  1110 AA Diemen
  The Netherlands

 info.amb@xs4all.nl


 
 
 
 
Deze website gebruikt cookies om het bezoek te meten, we slaan geen persoonlijke gegevens op.